IJslandse geiser

IJsland heeft op 16 juli 2009 officieel het lidmaatschap van de EU aangevraagd. In juni 2010 hebben de Europese staatshoofden en regeringsleiders toestemming gegeven voor het openen van de toetredingshandelingen. Op 27 juni 2011 zijn deze onderhandelingen begonnen en ze verlopen voorspoedig.  

Het land stond in het verleden altijd afwijzend tegenover lidmaatschap van de Europese Unie en de eurozone. De wereldwijde economische crisis heeft hier echter verandering in gebracht. Het land heeft grote financiële problemen en heeft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de EU om financiële steun gevraagd. In eerste instantie heeft de regering van IJsland gekeken naar een mogelijkheid om de euro in te voeren als wettig betaalmiddel, maar de EU blijft van mening dat IJsland de euro pas kan invoeren als het lid is van de EU.

Omdat IJsland al een democratie is en bovendien lid is van de Europese Vrijhandelsassociatie, werd in eerste instantie verwacht dat een eventuele toetreding tot de EU tot weinig problemen zou leiden. De bevolking van IJsland is echter verdeeld, en onderzoek wijst uit dat er een duidelijk anti-EU sentiment leeft. Uit een opiniepeiling in juli 2010 blijkt dat ongeveer zestig procent van de bevolking tegen toetreding tot de Europese Unie is. Volgens deskundigen komt dit doordat IJslanders het gevoel hebben dat de EU het standpunt van Nederland en het Verenigd Koninkrijk over terugbetaling van de Icesave-tegoeden, steunt. De bevolking wees de terugbetalingsregeling twee keer af. 

In de toetredingsrapporten van de Europese Commissie van oktober 2011 staat dat IJsland vergevorderd is in haar voorbereiding op het lidmaatschap, maar zijn er op meerdere vlakken nog grote stappen te zetten.

1.

In vogelvlucht

In mei 2009 heeft IJsland de eerste stap gezet tot het lidmaatschap van de Europese Unie. De nieuwe IJslandse regering heeft in het parlement een voorstel gepresenteerd met het verzoek in te stemmen met onderhandelingen over toetreding. Hoewel de twee linkse coalitiepartijen verdeeld zijn over de toetreding, is er volgens minister-president Johanna Sigurdardottir een meerderheid in het parlement voor toetreding. De minister van Buitenlandse Zaken, Ossur Skarphedinsson, benadrukte in het parlement dat de IJslanders uiteindelijk zelf zullen beslissen, als de onderhandelingen met succes zijn afgerond.

IJsland heeft in het verleden nooit het lidmaatschap van de EU aangevraagd. Daarentegen is IJsland sinds 1970 wel lid van de Europese Vrijhandelsassociatie  (EVA). Deze organisatie is opgericht om de vrije handel in goederen tussen de leden te bevorderen. Tegenwoordig zijn eveneens Noorwegen, Liechtenstein en Zwitserland lid van deze organisatie.

Sinds 1992 vormt de EVA samen met de Europese Unie de Europese Economische Ruimte (EER). De EER is ontworpen om de EVA-landen te betrekken bij de Europese markt zonder dat een lidmaatschap van de EU vereist is. Deelname aan de EER is één van de voornaamste redenen geweest voor een gebrek aan animo van de kant van IJsland om toe te treden tot de EU; doordat het land al deelneemt aan de EER, profiteert IJsland voor een groot deel al van de voordelen die het EU-lidmaatschap met zich mee zou brengen.   

Een ander argument dat IJsland afhield van lidmaatschap was de goedwerkende IJslandse economie, de economische groei en lage werkloosheid. IJsland was tot voor kort één van de rijkste landen van de wereld. In februari 2006 voorspelde de toenmalige premier Halldor Asgrimsson dat IJsland in 2015 lid zou zijn van de EU, en dat de beslissende factor voor IJsland de deelname aan de euro zou zijn. Hij gaf echter ook toe dat de politieke situatie op dat moment niet geschikt was om daarover een beslissing te nemen.

Eind 2008 werd IJsland echter zwaar getroffen door de kredietcrisis. Icesave, een belangrijke IJslandse bank, ging bankroet en de waarde van de IJslandse kroon kelderde. De IJslandse bankensector is ingestort en de werkeloosheid steeg dramatisch. IJsland was gedwongen om hulp te zoeken bij het Internationaal Monetair Fonds, individuele landen en de Europese Unie om het hoofd boven water te houden. In november 2008 hielp het IMF IJsland met een lening van 2,1 miljard dollar. 

Nadat de IJslandse bankensector op de tocht was komen te staan, heeft het land ook de mogelijkheid tot het invoeren van de euro overwogen, maar EU-functionarissen hebben IJsland herhaaldelijk laten weten dat dit onmogelijk is zonder lid te zijn van de EU. Daarom is IJsland ook die optie gaan bekijken.

Als gevolg van de kredietcrisis hebben de IJslanders wekenlang betoogd tegen het kabinet-Haarde, wat leidde tot de val van deze regering. De aftredende regering en de conservatieve Onafhankelijke Partij hebben lange tijd het EU-lidmaatschap afgewezen. De nieuwe regering, die op 1 februari 2009 aangetreden is, heeft als voornaamste taak de IJslandse economie nieuw leven in te blazen.

Deze regering bestaat uit de Nieuwe Democratische Alliantie (SDA), de grootste partij in de coalitie, en het eurosceptische Links-Groen.  De nieuwe minister-president, Johanna Sigurdardottir (SDA), maakte al snel bekend dat zij positief staat tegenover toetreding tot de EU en invoering van de euro. Op 17 juli 2009 heeft IJsland officieel het lidmaatschap van de EU aangevraagd. De Europese Commissie heeft verheugd gereageerd op het verzoek.

In de Europese Unie werd verschillend gedacht over een eventueel aankomend lidmaatschap van IJsland. Op 30 januari 2009 verklaarde toenmalig Eurocommissaris van uitbreiding, Olli Rehn, dat IJsland wellicht in 2011 tegelijk met Kroatië tot de EU toe zou kunnen treden.

De Europese Commissie gaf in februari 2010 aan positief te staan tegenover het openen van de toetredingsonderhandelingen. Op 17 juni 2010 werd tijdens een Europese Top besloten de toetredingsonderhandelingen met IJsland te openen. Nederland gaf echter aan dat van daadwerkelijke toetreding pas sprake kan zijn als de Icesave-tegoeden zijn terugbetaald.

Ook eurocommissaris Füle (Uitbreiding) sloot zich hier in november 2010 bij aan. IJsland zou een welkome aanvulling voor de Europese Unie zijn, maar zowel politiek als economisch moet er nog veel veranderen. Zo moet de economische situatie van het land flink aantrekken en moet wetgeving aangepast worden aan de Europese normen. Desondanks was de Commissie positief over de eventuele toetreding van IJsland.

Naast de aparte lidstaten, moet ook een meerderheid van het Europees Parlement  met de toetreding instemmen. Het Parlement toonde zich in maart 2011 positief over de voortgang bij de onderhandelingen. De afhandelingen van de Icesave-affaire, de walvisvangst en de bescherming van de visserij worden als grootste knelpunten gezien.

 

In oktober 2011 schrijft de Europese Commissie dat de voorbereidingen die IJsland treft voor het lidmaatschap veelbelovend zijn. Zo werkt de markteconomie bijvoorbeeld inmiddels goed. Maar op het gebied van vrije kapitaalstromen, visserij, landbouw en plattelandsontwikkeling schiet het land nog tekort. Het Icesave-geschil blijft, wat de Commissie betreft, voorlopig nog onopgelost.

2.

Relatie Europese Unie en IJsland

Financiële steun vanuit de Europese Unie

In november 2008 hebben de Nederlandse en IJslandse regeringen een eerste akkoord bereikt over het spaargeld dat Nederlandse gedupeerde spaarders van de bank Icesave terugkrijgen. IJsland zou alle Nederlandse spaartegoeden bij Icesave tot een bedrag van 20.887 euro per klant vergoeden. Maar om dit mogelijk te maken, zal Nederland het geld dat IJsland moet betalen, voorschieten. De IJslandse regering heeft ook een akkoord bereikt met andere Europese landen over het terugbetalen van spaartegoeden. De uitwerking van het akkoord laat evenwel op zich wachten nu de bevolking de regeling in een referendum afwees.

Een overeenkomst over terugbetaling is een voorwaarde voor IJsland om in aanmerking te komen voor financiële steun van het IMF. De Europese landen erkennen dat IJsland zich door de financiële crisis in een benarde positie bevindt en daarom gaan ze het land geld lenen. 

Met de start van de onderhandelingen heeft IJsland recht op subsidies van de Europese Unie. Dit geld gaat naar allerlei programma's voor het aanpassen van praktische zaken aan hoe de EU dingen doet. Ook is het bedoeld voor het informeren van de IJslandse burger over de Europese Unie en het beleid van de Unie.

Handelsrelatie met de Europese Unie

IJsland is, samen met Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein, lid van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). De EVA is in 1960 opgericht om de vrije handel in goederen tussen de aangesloten landen te bevorderen. Oorspronkelijk waren meer landen lid van de EVA, namelijk Oostenrijk, Denemarken, Noorwegen, Portugal, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Deze landen verlieten in de loop van de tijd de EVA om toe te treden tot de Europese Economische Gemeenschap (EEG).

In 1992 tekenden de landen van de EVA een akkoord met de Europese Unie voor lidmaatschap van Europese Economische Ruimte. Dit akkoord is ontworpen om EVA-landen deel uit te laten maken van de Europese markt zonder lid van de EU te hoeven zijn. De EER  bevordert vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal tussen de lidstaten. Bovendien wordt er samengewerkt op economisch gebied. Doordat IJsland een EER-land is, geniet het land veel van de voordelen van de EU zonder hiervoor de kosten te hoeven betalen. Een bijkomend voordeel van dit lidmaatschap is dat toetreding tot de EU in bepaalde opzichten gemakkelijker wordt.

In 1996 trad IJsland toe tot het Schengen-gebied. Samen met Noorwegen heeft IJsland een aparte overeenkomst met de EU. Deze landen zijn samen met de EU-landen Finland, Zweden en Denemarken lid van de Noordse Paspoortunie. Deze unie maakte het voor inwoners van de Noordse landen al mogelijk om zonder paspoort binnen de grenzen van dit gebied te reizen. Doordat de Noordse Paspoortunie is opgegaan in het Schengenverdrag zijn IJsland en Noorwegen geassocieerd lid van 'Schengen'. 

3.

Belang toetreding IJsland tot de Europese Unie

Toenmalig Eurocommissaris Olli Rehn (Uitbreiding) verklaarde dat in de mogelijke toetreding van IJsland 'strategische en economische voordelen' zitten: door de ligging van IJsland zou de EU bijvoorbeeld beter deel kunnen nemen aan de strijd om de politieke macht over de Noordpool. En toetreding van een nieuwe lidstaat betekent uitbreiding van de interne markt met vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal.

4.

Nederlandse standpunt

Nederland steunt het toetredingsverzoek van IJsland, maar in 2009 liet toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen weten dat het wel noodzakelijk is dat IJsland Nederland 1,3 miljard euro terugbetaalt. Dit zal de aanvraag van het lidmaatschap ten goede komen. Het geld is bestemd als vergoeding voor gedupeerde Nederlandse spaarders van de omgevallen bank Icesave.

De Nederlandse regering heeft dit bedrag destijds voorgeschoten. Toenmalig minister van Financiën Wouter Bos, heeft in juni 2009 al een akkoord bereikt over een terugbetalingsregeling. De overeenkomst geeft IJsland tot 2024 de tijd om 1,3 miljard euro terug te betalen aan Nederland en 2,5 miljard euro aan het Verenigd Koninkrijk. Hij waarschuwde IJsland dat afwijzing van de regeling het toekomstig EU-lidmaatschap in gevaar zou brengen.

In IJsland bestaat echter veel weerstand tegen het terugbetalen van de Icesave-tegoeden, omdat veel IJslanders vrezen dat de economie daardoor zal instorten en zij bovendien niet willen opdraaien voor het falen van de banken. Eind december 2009 keurde een kleine meerderheid van het IJslandse parlement de wet over terugbetaling van de spaartegoeden goed. Zowel in januari 2010 als in februari 2011 weigerde president Grimsson echter de wet te ondertekenen met het argument dat die in een referendum aan de bevolking moest worden voorgelegd. De bevolking sprak zich in april 2011 voor de tweede maal uit tegen het akkoord, nadat dit in maart 2010 ook al was gebeurd.

Nederlandse Europarlementariërs voorzien problemen bij de toetredingsonderhandelingen van IJsland met de Europese Unie. Ze vinden dat er duidelijke afspraken moeten komen over de visserij en over de financiën van het land. Op 23 juni 2010 stemde de commissie buitenlandse zaken in het Europees Parlement ermee in de toetredingsonderhandelingen te beginnen. Maar ook hier onderstreepten de CDA- en PvdA-Europarlementariërs dat IJsland wel aan zijn financiële verplichtingen, voortvloeiend uit het faillissement van de Icesave-bank, moet voldoen.

Het Europees Parlement is van mening dat de kwestie over de terugbetaling van de Icesave-schulden de toetreding van IJsland niet mag vertragen. De Europese Commissie beschouwt het geschil als een zaak tussen de drie betrokken landen en heeft aangegeven zich voorlopig niet in de kwestie te zullen mengen. In de Europese Raad zijn echter wel geluiden te horen dat de Icesave-affaire voor de hele EU telt en niet alleen voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk. 

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over eventuele EU-toetreding van IJsland. Uiteraard is bij alle standpunten wel een kanttekening te plaatsen, wat de discussie boeiend maar niet eenvoudiger maakt. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • IJsland is welkom als nieuw lid van de Europese Unie

    Ondanks de economische problemen die het land momenteel ondervindt, is IJsland bij uitstek geschikt om toe te treden tot de EU. IJsland voldoet aan alle toetredingscriteria (criteria van Kopenhagen): het is een stabiele democratische rechtsstaat die respect voor de mensenrechten altijd hoog in het vaandel heeft staan. Daarnaast kan van IJsland gezegd worden dat het de traditionele in Europa geldende normen en waarden deelt.

  • IJsland is niet welkom als nieuw lid van de Europese Unie

    De huidige economische problemen waarmee IJsland te maken heeft geven overduidelijk aan dat het land niet klaar is om toe te treden tot de EU. Jarenlang wilde de IJslandse bevolking niets weten van eventuele toetreding en nu het ze economisch minder gaat, ziet men in de EU een middel om er weer bovenop te komen. Dit is niet het juiste motief om toe te treden, en de EU zou dit dan ook niet moeten accepteren.

  • Een versnelde toetreding van IJsland kan kwaad bloed zetten bij andere kandidaat-lidstaten

    Het jaar 2011 is genoemd als mogelijk tijdstip voor toetreding van IJsland. In dat geval zou IJsland tegelijk toetreden met mede kandidaat-lidstaat Kroatië. Het is goed voor te stellen dat de overige kandidaat-lidstaten zoals Servië en Turkije een snelle toetreding van IJsland als oneerlijk zouden ervaren. Zij wachten immers al enkele jaren op toetreding en worden, zeker in het geval van Turkije, ook niet altijd met open armen ontvangen. Een voorkeursbehandeling voor IJsland zou dus kwaad bloed kunnen zetten bij de overige kandidaat-lidstaten.

6.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

7.

Meer informatie

  • Contact
  • Home

__________

Site van Europees Platform &
Parlementair Documentatie Centrum UL

__________